
Experimenteren is leren door te doen
Experimenteren is leren van eigen ervaringen voor kinderen. Het is een essentieel onderdeel om het creatief vermogen te versterken. Experimenteren is het leerproces van proberen en testen van ideeën, materialen of technieken om nieuwe inzichten of resultaten te ontdekken. De positieve en negatieve ervaringen die door het mogen experimenteren ontstaan, zijn belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Zelfstandig opgedane positieve ervaringen dragen bij aan het zelfvertrouwen. Negatieve ervaringen zorgen voor groei. Het leert een kind omgaan met teleurstellingen, boosheid, frustratie etc. Hoe herpak jij jezelf? Geef je op of probeer je het nog een keer? Het mogen experimenteren draagt bij aan:
Het belang van mogen experimenteren
Experimenteren draagt bij aan een actieve betrokkenheid van kinderen. Zij leren door doen en gebruiken daarbij al hun zintuigen.
1. Zelfredzaamheid
Weten wat je (niet) kunt, zorgt dat een kind zichzelf kan redden. Het kind weet wanneer het in staat is om zelfstandig te handelen, maar weet ook wanneer het hulp nodig heeft. Het kind kan en durft zelfstandig beslissingen te nemen op basis van een eigen beoordeling.
2. Zelfbeeld
Het beeld (ideeën, gedachten en overtuigingen) die je over jezelf hebt, ontwikkel je via ervaringen, gedurende het leven. Kinderen met zelfvertrouwen hebben een positief zelfbeeld. Zij durven gemakkelijker nieuwe uitdagingen aan te gaan en fouten te maken zonder zich slecht te voelen over zichzelf.
3. Initiatief nemen
Het nemen van initiatief gaat over het in beweging zetten van jezelf vanuit eigen wil. Het durven zetten van een eerste stap zonder aansporing van buitenaf. Kinderen laten experimenteren prikkelt die ondernemingsdrang. Het in beweging kunnen zetten van je eigen ‘motor’ is essentieel voor nu en later.
4. Probleem oplossend vermogen
Het (h)erkennen van problemen en het in staat zijn om deze individueel of met hulp van anderen te analyseren en op te lossen. Het dagelijks levens kent veel eenvoudige en complexe uitdagingen. Hoe je deze aanpakt, hangt grotendeels af van je probleemoplossend vermogen.
Experimenteren in de praktijk
Creëer een rijke en gevarieerde speel-leeromgeving waar kinderen zich veilig en vrij voelen om te experimenteren zonder angst voor jouw oordeel of dat van leeftijdsgenoten. Fouten maken hoort bij experimenteren. Het laat zien dat je iets probeert en dat moet je juist aanmoedigen bij kinderen. Stimuleer de nieuwsgierigheid van kinderen en stel vragen om hen verder te helpen. Vraag kinderen om hun ideeën te delen met de andere kinderen op de groep, waardoor de kans ontstaat op nieuwe spelimpulsen of beter uitgewerkte ideeën.
Ook zeer jonge kinderen kunnen vertellen wat zij hebben bedacht. Misschien niet in woord, maar door te kijken zie je hun ideeën, die jij dan kunt verwoorden voor hen. Je moet kinderen deze ruimte bieden, maar dat gaat ook samen met het aanreiken van interessante materialen.
Ruimte en vrijheid geven aan kinderen betekent overigens niet hetzelfde als ongestructureerd en zonder regels. Je kunt duidelijk aangeven aan kinderen waar de grenzen van de experimenten liggen. Het aangeven van deze beperkingen is feitelijk goed voor de creatieve ontwikkeling van kinderen. Wanneer middelen of materialen beperkt zijn, worden de kinderen ‘gedwongen’ om creatief te denken.
Door experimenteren te bevorderen, kun je kinderen helpen hun creativiteit, probleemoplossend vermogen en zelfvertrouwen te ontwikkelen, wat hen voorbereidt op toekomstige uitdagingen. Heb je hulp nodig om deze verandering toe te passen op jouw groep, bekijk eens wat het Activiteiten Atelier voor jou kan betekenen?

